LOSLATEN


Het is me nog niet gelukt om zwanger te blijven. Meer dan een jaar heb ik mezelf daarom afgestraft, in stilte. Na iedere menstruatie of miskraam voelde ik me minder vrouw. Alsof ik faalde. Ik verfoeide mijn lichaam, dat al veel te verduren kreeg - ziektes, pijn, vernedering - maar zich desondanks wel staande hield. Ik trok naar ziekenhuizen, onderging onderzoeken en behandelingen, hoopte het verleden definitief achter me te kunnen laten. Ondertussen leken de vrouwen die ik ken met het grootste gemak in verwachting te raken. Op de sociale media postten virtuele vriendinnen foto’s van echo’s, groeiende buiken, pasgeboren kroost. Vlak na mijn eerste miskraam zei een vriendin die een moeilijke zwangerschap doormaakte: “Jij kreeg de miskraam die ik zo graag wou.” Ik probeerde me in haar schoenen te verplaatsen maar die uitspraak bleef een rake klap. Enkele maanden later ontdekte een andere vriendin dat zij in verwachting was, de week daarop bleek ik het ook weer. Ik zag ons al samen borstvoeding geven en tips uitwisselen - maar zij bleef het en ik niet. Vanzelfsprekend gunde ik haar haar geluk. Maar mijn paniek zwol aan: wat als het mij nooit zou overkomen?

Natuurlijk prentte ik mezelf in dat ik moest loslaten. Maar hoe laat je los wat je zo graag wilt? Mensen beloofden me glimlachend dat het er nog wel van zou komen. Maar wie kan dat werkelijk garanderen? Een mens krijgt nu eenmaal niet altijd zijn zin.

Desondanks bleef ik op mijn smartphone nauwlettend de app die mijn cyclus bijhoudt in de gaten houden. Iedere maand hoopte ik gedurende twee weken op een mirakel. Ik dronk geen druppel alcohol, slikte foliumzuur en waste mijn groenten uitvoerig, uit angst voor toxoplasmose. Soms begon mijn lichaam zwangerschapssymptomen te vertonen. Dan werd mijn hoop nog groter, om niet veel later te verpulveren tot een akelige leegte. Eigenlijk werd het steeds akeliger. Ook al ging het leven verder, had ik genoeg om handen, vielen er heel wat fijne dingen te beleven, toch nestelde er zich een venijnig verdriet in mijn buik. Ik sprak er nauwelijks over, bedekte het zo goed mogelijk. Maar het groeide, begon te schoppen, en een paar dagen geleden moest het eruit.

Vandaag stap ik buiten bij de dokter. De uitslag van de laatste test is goed: ik ben genezen van het verleden. Alleen heb ik nog te veel stress en moet ik vaker genieten en niets doen, zegt ze. Misschien komen die spanningen mede door de verliezen die ik het voorbije jaar heb geleden. De dood van mijn vader, grootmoeder en groottante. Daardoor ging ik wellicht nog meer verlangen naar gloednieuw leven: een wezen dat zou openbloeien, de verpersoonlijking van de toekomst, de voortzetting van onze kleine familie. Misschien klampte ik me daar - uit angst voor aftakeling, kankers en verdriet - al te zeer aan vast.

Als ik in de auto stap, springt de radio aan. Laid Back zingt: “You’ve got to cool down / Relax / Take it easy.” Dat is het moment waarop ik opeens alles kan loslaten. Waarop ik weer nederig word, accepterend, in plaats van het leven naar mijn hand te willen zetten.
Ik start de motor en rijd naar mijn ouderlijke huis, waar een nieuwe poes blijkt te wonen. Een prachtig jong katertje, met een soepel lijfje, een satijnzachte vacht, oogjes vol optimisme. Toch een soort nieuw familielid. Hij zit op de canapé waarop mijn grootmoeder vroeger zat. Merkwaardig genoeg is het een troost.


(Deze column verscheen in Het Nieuwsblad Magazine)


Reacties

Populaire posts van deze blog

OMGAAN MET HOOGSENSITIVITEIT

MARJOLEIN, IJSKONIJN?

PRESENTATOR VAN TEMPTATION (krantencolum)