MANUSCRIPT (column)

Als ik wakker word, zie ik dat mijn vriend al op is en me een e-mail van zijn broer heeft geforward. Lovende woorden over zijn manuscript, dat zijn (kritische) broer als een van de eersten mocht lezen. Blij als een kind snel ik de trap af om mijn vriend te gaan omhelzen. Maar hij zit te telefoneren op de bank. Dus steek ik maar zwijgend een duim naar hem op en grijns breed. Hij lacht. Terwijl ik water opzet voor thee, herken ik de stem die in zijn oor roept. F. hangt aan de lijn: zo mogelijk de meest rock-’n-rolle figuur in ons vriendenbestand, met zijn cowboylaarzen, zijn twinkelende ogen en zijn regelmatige verzuchtingen dat hij weer “in zijne baldadige” is - een stemming die een ernstige vorm van kattenkwaad inhoudt. Ook F. mocht het manuscript lezen. Een van de personages is zelfs losjes op hem gebaseerd. Ik ben benieuwd wat hij ervan vindt. Of hij heeft gehuild van ontroering en gelachen als een demon, zoals alleen hij dat kan. Vermoedelijk wel, want de nieuwe roman van mijn vriend is zowel teder als geestig.
Ik had het voorrecht het boek te zien groeien. Zo’n drie jaar geleden begon mijn vriend eraan, toen wij elkaar net kenden. Al schrijvende sloop hij mijn columns binnen als “de schrijver” - een personage waarvan ik niet wist of het in mijn leven zou blijven, ik hoopte van wel. Vanaf het prille begin mocht ik zijn teksten lezen, zijn personages ontdekken, zijn inzichten erin weerspiegeld zien. Zelfs commentaar leveren was toegestaan. Dat vond ik knap lastig, want schrijven is een intiem proces. Ik leg meestal eerst het zogenaamde creatieve ei, om er pas in een later stadium een “stijlkundige omelet” van te maken. Als het ei afgekraakt wordt, komt die omelet er niet. Dus toon ik mijn werk pas aan anderen als ik vrij zeker van mijn zaak ben. Het laatste wat ik wilde, was mijn vriend afremmen tijdens het schrijven van zijn roman. Maar hij zit anders in elkaar. Hij laat zich niet zo makkelijk van de wijs brengen door andermans visie. Hij leert eruit, zonder zijn eigenheid uit het oog te verliezen.
Ik ga dicht naast hem zitten om te kunnen horen wat F. zegt. En ja hoor, ook nu weerklinkt een lofzang. Het enthousiasme van F. werkt aanstekelijk. Hij heeft genoten van de gewaagde scènes (dat verbaast me niets) maar de zachtheid en de wijsheid hebben hem net zo goed geraakt (dat stelt me gerust). F. liet zelfs een traan bij het einde. Als dit nieuws mijn kaken al doet gloeien, hoe plezierig moet het dan wel niet zijn voor mijn vriend?
Ik ken het intussen zo goed, dat breekbare moment waarop je voor het eerst met je werk naar buiten treedt en het moet loslaten. Alles is nog mogelijk: van onopgemerkt blijven of afgekraakt worden, tot verschillende gradaties van succes. Zelf ben ik opgelucht dat die fase voor mij weer voorbij is. Dat ik me de komende tijd kan terugtrekken in mijn volgende project, ver weg van andermans mening over mijn werk en persoontje. Maar ik weet dat op het einde van die zelfverkozen eenzaamheid ook weer de nood zal ontstaan om te delen. Terwijl ik implodeer, staat de explosie van mijn vriend voor de deur. Als hij en F. afscheid nemen en hij zijn telefoon voor zich op het salontafeltje legt, omhels ik hem alsnog. “Spannend, hè?”, murmel ik in zijn oor. Hij knikt bescheiden.

(Verschenen in N Magazine)

Reacties

  1. Prachtig Fleur en herkenbaar.Een lichte inzinking belet me het lezen en weerspiegelt zich in alles.
    Dankjewel en lieve groeten.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

OMGAAN MET HOOGSENSITIVITEIT

MARJOLEIN, IJSKONIJN?

PRESENTATOR VAN TEMPTATION (krantencolum)