KRAPPE SCHOENEN

Als een lome mammoet rust het eiland in de glinsterende, zilverige oceaan - af en toe schudt hij zijn pels: dan weer is het zonnig, dan weer bewolkt. De steile, donkere rotswanden zijn bezaaid met cactussen en majestueuze drakenbloedbomen. Overal bloeien exotische bloemen, er hangen sinaasappels aan de takken en felgekleurde vlinders doorklieven de lucht. Als Frutella-snoepjes kleven de pastelkleurige, geblokte huisjes tegen de berghellingen.

We hebben een auto gehuurd. Mijn vriend, die van haarspeldbochten houdt, zit achter het stuur terwijl ik hem de weg naar ons huisje wijs. Telkens raak ik zo afgeleid door het uitzicht dat ik de kaart uit het oog verlies en hem moet vragen rechtsomkeert te maken en alsnog bij het vorige kruispunt af te slaan. Hij moet erom lachen.

Het vakantiehuisje bevindt zich op een domein aan het einde van een doodlopend straatje, omringd door kleine muurtjes van lavasteen en mollige cactussen, en blikt uit over de oceaan. Het maakt deel uit van het levenswerk van een Duitse hippie op leeftijd, die vele jaren geleden aan andermans normen en verwachtingen ontsnapte en zich op dit eiland vestigde om er meerdere bouwwerken uit de grond te stampen, gemetseld rond levende bomen of hoekige rotsen, met siermuren van wijnflessen en cement, geheel volgens zijn eigen filosofie. Intussen is het terrein wat onderkomen geraakt. De levendige kleuren die ooit op de muren prijkten zijn flets geworden, de tropische tuin gaat onbelemmerd zijn gang, pergola’s zijn deels ingestort en op de terrassen ligt vermolmd meubilair. Wij logeren in wat vroeger het restaurant was. In de keuken tref ik stapels oude potten en pannen aan, alsook een rek vol uiteenlopende kruiden. De voormalige gelagkamer heeft een open haard en op de kasten staan foto’s, vreemde beelden, schilderijtjes en oud glaswerk - te chaotisch naar onze smaak en voorzien van een dun laagje stof, maar het geheel ademt de charme van een oude herberg en mijn vriend en ik voelen ons er onmiddellijk thuis. Het is vergane glorie op zijn best. Ik weet dat wij hier volledig onszelf kunnen zijn.

Drie gelukzalige dagen hebben we op het eiland beleefd, als ik uit het niets door droefheid word overmand. Het voelt alsof ik na jaren eindelijk mijn te krappe schoenen heb uitgeschopt en vrij kan rondlopen. Het idee dat ik over een week naar huis ga om daar de oude routines, die ik zo lang niet in vraag stelde, gewoon weer op te pakken, knijpt mijn keel dicht. Hier, op deze schitterende plek, heb ik mezelf hervonden. Hier heb ik ontdekt wat mij gelukkig maakt.

Wederom zitten mijn vriend en ik in de auto - hij stuurt en ik vergaap me aan het uitzicht. Boven het gebergte pakken de wolken grimmig samen, hier en daar breekt de zon er in Bijbelse stralen doorheen en worden eeuwenoude dennen in een lieflijk, nevelig licht omhuld. Ik draai mijn gezicht naar het raam zodat mijn vriend het niet ziet en huil stil de tranen die ik niet langer kan wegdrukken. Toch legt hij zijn hand op mijn dij. Hij heeft het verdriet gevoeld. “Je hoeft niet terug naar vroeger”, zegt hij, als we een lange, donkere tunnel inrijden. En dan, wanneer de zonnige kant van het eiland ons met wuivende palmen begroet: “Thuis kun je op zoek naar nieuwe schoenen, die wél passen.” Het klinkt eenvoudig en dat is het ook. Ik droog mijn wangen, bedenk wat mij gelukkig maakt en wat niet, en wat ik voortaan veranderen wil.


(Deze column verscheen in Het Nieuwsblad Magazine)

Reacties

Populaire posts van deze blog

OMGAAN MET HOOGSENSITIVITEIT

MARJOLEIN, IJSKONIJN?

PRESENTATOR VAN TEMPTATION (krantencolum)