WINTERAVOND (column)

Op een winteravond - rond zessen, de dagen zijn kort - draagt mijn moeder me op om wat groenten te halen voor het avondeten in de veldwinkel van mijn stiefvader. Ik trek een dikke jas aan en sluit de keukendeur achter me. Buiten is het aardedonker en schijnbaar stil. Een verstoorde duif klapwiekt kort in een hoge boom, een verre tractor komt grommend tot stilstand. Er ritselt iets onder de hagen en in het beekje vlakbij weerklinken de heldere klanken van een druppelende overloop. Ik luister, ook naar mijn eigen stappen op de modderige weg, en geniet van de koude op mijn wangen. Van de anonimiteit van de nacht, die me, gehuld in zijn camouflerende mantel, een moment van onontbeerlijke vrijheid biedt.
Verderop, tussen de akkers, ligt het veld van mijn stiefvader, waar hij zijn biologische groenten teelt. In het winkeltje aan de straatkant brandt licht. Een klein, geel vierkant onder de eindeloze sterrenhemel. Ik hoor zachte muziek die aanzwelt naarmate ik dichterbij kom. Als ik de veldwinkel binnenloop, is daar niemand te bekennen. Het is bijna sluitingstijd. Rodekolen, aubergines, tomaten en kastanjepompoenen glimmen in hun kisten, als uitgestalde juwelen. In een hoekje speelt een radiotoestel, de Mattheüspassie van Bach schalt plechtig over de natuurschatten van mijn stiefvader. Het doet me denken aan Aladdin die de Grot der Wonderen voor het eerst betreedt en even moet ik glimlachen. Dan hoor ik iets, draai me om en zie hoe mijn stiefvader vanuit het donker het licht in stapt. Hij heeft een vuile muts op, werkkleren vol modder aan en zwarte handen waarin drie rode uien glanzen. Als hij me ziet, kijkt hij verbaasd op en lacht, en ik sla mijn armen om hem heen, dankbaar voor wie hij is. Een bescheiden mens die zich bezighoudt met kostbare eenvoud en andere mensen al het goede uit de aarde wil bieden. Hij moedigt me aan om ook wat groenten voor mezelf uit te kiezen, reikt me frisse veldsla en knapperig witlof aan, en een papieren zak vol pasgeoogste spruiten waaraan hier en daar nog wat zand kleeft. Ik mag de buit in zijn bestelwagen leggen, zegt hij, dan brengt hij het dadelijk wel voor me mee naar huis.
Dan hervat ik mijn wandeling door het donker, dit keer naar het keukenraam van het ouderlijk huis, een verre gele rechthoek, waarachter een brandende open haard en een slapende poes wachten, een kerstboom vol zilveren sterren, en de gitzwarte vleugelpiano van mijn grootmoeder, waarop ik mijn eigen liedjes zal spelen terwijl mijn moeder het avondeten klaarmaakt - net als vroeger.
Het verwondert me hoe ik hier keer op keer mezelf terugvind. In dit platte landschap, mijn vlakke land, waar iedere stroom en boom me dierbaar is, en waar ik met vallen en opstaan ben opgegroeid. Bij mijn ouders, die met de jaren alsmaar menselijker bleken en nog steeds een leven zonder enige pretentie leiden, met de beste intenties. Door het donker volg ik het pad in de tuin die mijn moeder met zo veel liefde heeft aangelegd, de takken van haar magnolia tekenen zich grillig af tegen het keukenvenster. Daarachter staat zij, in gedachten verzonken, in een kookpot te roeren. Ik plet mijn warme wang tegen het raam en trek een zo eng mogelijk gezicht - als ze opkijkt, schrikt ze een ogenblik, daarna moet ze lachen.

(Deze column verscheen in N-magazine. Wil je graag een seintje krijgen in je mailbox  als mijn volgende column online staat, abonneer je dan bovenaan op deze blog. Inschrijven is even makkelijk als uitschrijven.)

Reacties

  1. Prachtig Fleur en nog mijn allerbeste wensen voor het nieuwejaar!! <3 xxx

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

OMGAAN MET HOOGSENSITIVITEIT

MARJOLEIN, IJSKONIJN?

PRESENTATOR VAN TEMPTATION (krantencolum)