vrijdag 14 oktober 2016

Gratis hoofdpijn

De muziek schreeuwt, de discolichten flitsen, de drank vloeit rijkelijk en iedereen is iemand of wil iemand zijn: beroemd, succesvol, mooi, getalenteerd. Toen je de invitatie voor dit feest kreeg, bezorgde dat jou even het gevoel dat je er dan toch een tikkeltje toedoet. Gewoon omdat je plots tot het selecte gezelschap blijkt te horen dat voor dit soort glamoureuze gelegenheden uitgenodigd wordt. Verder is er niets veranderd. Jij bent nog steeds jij. Je staat in je slobbertrui en oude trainingsbroek bij de brievenbus en houdt een goudkleurige enveloppe in je hand. Maar toch. Even laat je je ego strelen, héél even, omdat het zo lekker is. Het maakt de ochtend wat minder grijs.

De avond zelf. Overal om je heen: bekende koppen, flitsende camera’s, lachende en dansende mensen, mooie kleren, tafeltjes met lege glazen, gespannen obers met vrolijke strikjes. Je draagt een jurk die je thuis mooi vond maar waarover je nu je twijfels hebt. Je voelt je een verkleed boerinnetje in de grote stad. Bovendien begint je buik op te zwellen door dat rare hapje van daarstraks: geitenkaas en zeewier – zou het aan je tanden kleven? Ruikt je adem nu naar boerderij én oceaan?
Iemand drukt een glas gratis wijn in je hand. Je drinkt. Grote slokken. Je kunt de praatjes niet aan. Die kleine gesprekjes met mensen die je niet tot nauwelijks kent. Het is saai en je verveelt je stiekem. Of het is oppervlakkig en je snakt naar contact met een échte vriendin. Drank helpt dan. Op voorwaarde dat je er tijdig mee stopt. Dat doe je vanavond niet. Je giet het goedje naar binnen als ware het appelsap en al vlug doet de roes je mondhoeken dwaas omhoog krullen.

In de verte danst je lief met één van zijn exen – een gestroomlijnd exemplaar dat beweegt alsof ze een acrobate is in bed en met haar tong zowat elke broeksriem kan opentrekken. Hij heeft ook zo’n glas gratis wijn in zijn hand. Ach, dit is geen moment om jaloers te worden. Maar onzeker was je al.
Je kijkt de andere kant op. Pal in de ogen van een bekende regisseur. Voor je het weet vertel je hem over het paringsritueel van de walvis, en maak je de vergelijking met een man die je ooit hebt gekend. Omdat de regisseur geërgerd fronst, besef je dat stoppen met praten in een ongemakkelijke stilte zal resulteren en ga je maar door. Van de donkere bodem van de Stille Oceaan tot in het krakende bed van een luidruchtige onbekende. Iemand drukt weer een gratis glas in je hand en als je pauzeert om een slok te nemen, verdwijnt de regisseur gauw tussen de menigte. Rook je adem nog naar zeewier? Dat past wel bij het walvisverhaal, natuurlijk. O, je schaamte is maar van korte duur. Al gauw sta je weer tegen een ander het verkeerde uit te kramen.

De volgende ochtend heb je hoofdpijn - gratis hoofdpijn. De herinneringen aan het feest bonken door je hoofd. Iedereen was iemand, jij voelde je niemand. Vandaag blijft de schaamte duren.
Door het raam klinkt de roep van een jonge zwaan. Brak kruip je uit bed, loop je de trap af, de tuin in, naar de oever toe, met je bakje vol maïs. Het zwanenjong eet uit je hand. Je hoort hoe de druppels van zijn snavel in het water vallen. Plong, plong. Verder is het stil. Er hangt een nevelig herfstlicht boven de rivier. En dan weet je het opeens weer. Je was al iemand. Dat zijn we allemaal.

‘Gratis hoofdpijn’ verscheen in Het Nieuwsblad Magazine op 15/10/2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten