vrijdag 2 september 2016

Grote baby

Een Australische studie wijst uit dat meisjes eerder aan kinderen beginnen als ze moedertje spelen op school. De 'babysimulatie' die ze daar krijgen, waarbij ze met een babypop leren omgaan om te voorkomen dat ze vroegtijdig zwanger worden, werkt averechts. Misschien omdat ze het best vinden meevallen, zo'n krijsende, pissende pop in huis. Ik moet er niet aan denken. Ik kamp met poppenfobie. Als kind ging ik gillen van poppen die hun ogen open en dicht konden doen, en 'mama' riepen. Als volwassene is shoppen een opgave, paspoppen doen me beven van angst. Gelukkig ben ik geen sociaal gehandicapte, afstotelijke man, want de liefde bedrijven met een levensechte sekspop zou ronduit traumatiserend zijn.
Goed. Op school was ik dus ook geen poppenmoeder. Nabij de zandbak speelden mijn klasgenootjes wel geregeld moedertje en vadertje, met drie meisjes en één geterroriseerde jongen. Ik wilde dolgraag eens de mama zijn om samen met de papa het zanderige huishouden te bestieren. Maar ik moest áltijd de baby zijn. Op mijn rug op een houten bank liggen en me niet bewegen of 'de mama' werd héél erg kwaad. Dan gehoorzaam een kom zandpap oplepelen en vervolgens weer braaf slaapjes doen.
Zou deze ervaring mij gevormd hebben? Het is een feit dat ik me op mijn 34ste nog steeds niet heb voortgeplant - misschien een tip voor leraren die tienerzwangerschappen willen voorkomen.
Eigenlijk voel ik me nog steeds een beetje 'de baby'. Een grote, ietwat mollige baby die doet alsof ze volwassen is. Die hoge hakken aantrekt, stukjes schrijft voor de krant, wijn drinkt op café. Maar die nog steeds bang is dat er een boze mama uit de bosjes springt en de pap nog viezer smaakt omdat de kat weer in de zandbak heeft gescheten.
Afwisselend geven Fleur van Groningen en Nico Dijkshoorn hun eigen kijk op de actualiteit. 'Grote baby' verscheen in Het Nieuwsblad op 02/09/2016, p.2.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen