zaterdag 3 september 2016

Alles schuift op

Op weg naar huis stop ik bij het ouderlijk huis. In mijn vuile kleren stap ik de keuken binnen. Mijn familie zit aan tafel te eten. “Ha, daar heb je onze bouwvakker”, lacht mijn oom. “Wat ben je stoffig!”, verzucht mijn grootmoeder vanuit haar rolstoel.  “Wil je mee-eten?”, vraagt mijn moeder. Ik weiger, ik ben misselijk. Als ik bij hen ga zitten, vallen er brokjes puin uit mijn opgestoken haar op tafel. De voorbije dagen heb ik cement van vloertegels en bezetsel van muren gebeiteld, behang afgestoken, stenen versjouwd en eten klaargemaakt voor mijn vriend en zijn kameraad, die het écht zware werk verrichtten. Mijn hele lijf doet pijn. Doodmoe ben ik, en we zijn nog maar nét aan het verbouwen van ons nieuwe huis begonnen. Mijn vriend combineert dat met lange dagen op een filmset, ik met mijn schrijfwerk. Het is een zware periode maar we klagen (nog) niet.  Uiteindelijk dient al dat labeur een heerlijk doel: onze gezamenlijke toekomst.

Toch, als mijn moeder me een mok thee aanreikt, merk ik hoe zeer ik ernaar verlang om verzorgd te worden. Om even niet de eindverantwoordelijkheid te dragen en iemands kind te zijn.
Het is alsof ik doe alsof ik volwassen ben. Alsof van bank tot bank trekken voor gesprekken over cijfers, handtekeningen uitwisselen met notarissen en de breekhamer hanteren, voor mij dagelijks kost zijn. Terwijl ik in werkelijkheid bang ben dat ik het niet goed doe en het niet goed komt. Maar misschien deden mijn ouders vroeger ook maar wat. Waar is de tijd dat zij dertigers waren en ik geloofde dat zij alles wisten dat er te weten valt? In de ogen van mijn pleegvader lees ik vanavond respect. “Blijf wel naar je lichaam luisteren en neem tijdig rust”, adviseert hij. Mijn moeder knikt beamend. Wat ik hen niet verteld heb, is dat ik denk dat ik per ongeluk zwanger ben. Volgens dokter Google heb ik alle symptomen. Ik herken mijn eigen lijf niet en word heen en weer geslingerd tussen voorzichtige blijdschap en onversneden paniek.

Na het eten wil mijn grootmoeder gaan slapen. Als ik haar goedenacht kom wensen, zit ze op bed, in haar zelfgemaakte nachtpon. Ze prutst aan de knoopjes van haar mouwtjes. De dunne witte stof steekt helder af tegen haar papierachtige hals en polsen. De strikjes en strookjes lijken te frivool voor haar broze, gebogen rug. Als ik me buk om haar te helpen, kijkt ze met grote, kinderlijke ogen naar me op. Mijn gladde vingers raken haar gerimpelde huid. Terwijl ik de parelmoeren knoopjes ferm in hun gaatjes duw, vallen mijn pijnlijke, gezwollen borsten naar voren. Tegenover mijn oude grootmoedertje lijk ik wel een reuzin. Een vruchtbare moeder met een stokoud baby’tje. Waar is de tijd dat zij mijn kleertjes dichtknoopte? Alles schuift op. Ik weet niet of ik daar klaar voor ben.

Als ik later die avond door het donker naar huis rijd, komen de buikkrampen opzetten. Ik weet wat dat betekent. Ik blijf iemands kind maar word voorlopig niemands moeder. De angst voor verandering lost op in de nacht en een meedogenloze leegte maakt zich van me meester. Misschien begon ik nét te geloven dat ik meer kan dan ik voor mogelijk hield.

'Alles schuift op' verscheen op 03/09/2016 in Het Nieuwsblad Magazine.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen