donderdag 4 augustus 2016

TUSSEN PASSIE EN WAANZIN

Wat hebben een vergiftigende vrijgezellin, een rancuneuze zangeres en een moordlustige miljonair gemeen? In de beklaagdenbank wijzen zij naar de liefde, maar die ruikt verdacht naar waanzin. Lisa Appignanesi schreef een boek dat zowel de 19de-eeuwse jury als de hedendaagse lezer over hun lot laat beslissen.
tekst: Fleur van Groningen

Eind negentiende eeuw, de belle époque. In Brighton injecteert een oude vrijster de bonbons voor haar rivale met vergif. In Parijs stalkt een gewapende operazangeres haar voormalige minnaar. In New York schiet de steenrijke echtgenoot van een model op haar al even welgestelde ontmaagder. Hun collectief motief? De liefde. Of is er meer aan de hand?
Via drie openbare rechtszaken uit de periode 1870 tot 1914, peilt schrijfster Lisa Appignanesi (70) naar de duisterste hartstochten van de mens en bespreekt zij misdaden die daaruit kunnen ontspruiten. Appignanesi, van Poolse origine, groeide op in Frankrijk en Canada en ontpopte zich tot een vooraanstaande freudiaan. Met haar tweede echtgenoot John Forrester schreef zij Freud’s Women, inmiddels is ze directeur van het Freud Museum in Londen. Haar fascinatie voor de menselijke psyche maakt zich tevens kenbaar in haar oeuvre, waarmee ze diverse prijzen won en dat haar in 2013 de titel van officier in de Orde van het Britse Rijk opleverde.In Een zaak van liefde schetst Appignanesi het machtsspel tussen de juridische definities van waanzin en het menselijke vermogen tot empathie. Ze beschrijft de evolutie van de psychologische analyses in de rechtszaal en daagt uit tot een dialoog over verantwoordelijkheid. Met souplesse bewandelt ze de kronkelige scheidingslijn tussen krankzinnigheid en kwaadaardigheid. Persoonlijke brieven, dagboekfragmenten, krantenartikels, dossiers en psychiatrische verslagen voeren de lezer naar het kuise victoriaanse tijdperk, waar men bij gebrek aan reality-tv naar de rechtbank afzakte om zich over andermans schandaal te verkneukelen. Het was een tijd waarin vrouwen geen onderbroek aan mochten omdat een broek te mannelijk was, maar ondanks hun onbelemmerde kruis de deugdzaamheid toch hoog in het vaandel moesten dragen. Een tijd waarin verveelde dames over passie fantaseerden en slechts enkelen van de verboden vrucht proefden - soms met gruwelijke afloop.Een zaak van liefde leest dan ook als de fascinerende kruising tussen een rechtbankfilm, een geschiedenisboek en een - weliswaar goedgeschreven - stationsroman. Het herinnert je aan die keer dat jijzelf de ultieme revanche op je minnaar had beraamd maar toch een compromis sloot met je geweten en enkel op zijn dure designtapijt plaste.
Christiana’s dodelijke bonbons
Brighton, 1870. Christiana Edmunds zei dat ze 35 was, maar was 45 jaar oud. Ze werd omschreven als alleenstaand, mooi, ijdel, goed gekleed. Met haar moeder woonde ze in een elegant herenhuis, al waren hun kamers minder chic dan toen Christina’s vader nog leefde. De man was krankzinnig geworden en na zijn dood kreeg Christiana ook psychische problemen. Gedurende vijf jaar was ze een patiënt van dr. Beard. Ook schreef ze hem lange liefdesbrieven. Nadat dr. Beard die correspondentie een halt toeriep, bleef Christiana zijn argeloze vrouw bezoeken. Op een avond duwde ze bij het afscheid ruw een bonbon in haar mond. Het snoepgoed smaakte metaalachtig. Mevrouw Beard spuwde het uit, maar lag de hele nacht te kwijlen en had last van diarree. Om niet betrapt te worden op haar poging een liefdesrivaal uit de weg te ruimen, smeedde Christiana een complot. Ze beweerde zelf vergiftigd te zijn en verschillende mensen ontvingen anonieme pakjes met giftig snoepgoed. Een kind liet het leven.
Dr. Beard stapte naar de politie en na enig onderzoek moest Christiana Edmunds voor de rechter komen. Verschillende geestesartsen en een jury zouden beslissen of zij toerekeningsvatbaar was of niet. Het gerechtsgebouw van Brighton zat tjokvol nieuwsgierige, vermogende dames.Lisa Appignanesi verklaart de fascinatie voor Christiana’s proces als volgt: “In 1870 was de scheiding tussen de publieke en de private sfeer - om nog maar te zwijgen van de geheime sfeer - veel strikter dan vandaag. Buiten fictie en poëzie waren de emoties en het innerlijk leven van het individu zelden onderwerp van gesprek, en seks al helemaal niet. ”Strafrechtprocessen - waarin advocaten het opnamen voor psychisch gestoorde minnaars, geestesartsen hun mening gaven over krankzinnigheid en extreme emotie, en journalisten commentaren en details publiceerden - daagden mensen uit het ondenkbare te denken. Deze processen markeerden een van de nieuwe publieke arena’s waarin de hartstochten, de perversiteiten, de seksuele speelruimte en de eigenschappen van het vrouwelijke werden onderzocht.”Appignanesi gelooft dat Christiana, gezien de victoriaanse opvattingen, wellicht het etiket van ‘hysterica’ kreeg opgekleefd, wat een ‘ziekte van het baarmoedersysteem’ heette. Om een idee te geven van de tijdsgeest: de victoriaanse gynaecoloog William Acton noemde vrouwelijke begeerte een afwijking en het verwijderen der clitorissen een oplossing. James Crichton-Browne, geneeskundig directeur van een psychiatrische inrichting, vond vrouw-zijn een riskante zaak omdat vrouwen van het minste waanzinnig werden.Appignanesi suggereert dat Christiana Edmunds een behandeling tegen hysterie onderging waarbij sprake was van geestelijke en fysieke intimiteit. Vertrouwelijke gesprekken over je gevoelens én een uitgebreide massage van het baarmoedergebied? Die 19de-eeuwse doktersbezoeken zouden wij anno 2016 als een geslaagde date bestempelen! Geen wonder dat toen veel vrouwen verliefd werden op hun arts. En geen wonder dat de verboden liefde en criminele daad van Christiana Edmunds veel vrouwen naar de rechtszaaltribune lokten. Daar kwamen zij dichter bij datgene wat zij wellicht nooit zelf zouden ervaren.
Maries mankende minnaar
Parijs, 1879. Marie Bière was 31 en concert- zangeres. Ze had bruine ogen, hazelnootkleurig haar en een zachtaardig karakter. Hoewel ze talent bezat, was haar ambitie groter dan haar kunnen. Tijdens een ijskoude decembermaand stalkte ze haar voormalige minnaar. Drie maanden had ze wat met de rijke Robert Gentien gehad. Ze was een respectabele 28-jarige met een bescheiden inkomen toen ze hem ontmoette. Haar naïviteit verbloemde zijn minder respectabele bedoelingen. Nadat hij haar bezwangerde, haar carrière fnuikte, er van een huwelijk geen sprake bleek en niet van hun kind wilde weten, stortte ze in. Toen de baby overleed, was haar wanhoop compleet. Vermomd met een grote hoed en een monocle, haar revolver in haar mof, achtervolgde ze de man die haar haar toekomst en dochter had ontnomen. Op het moment dat Gentien met zijn nieuwe vlam de Parijse opera verliet, vuurde ze af. Ze raakte hem in zijn rug en been, maar hij overleefde de schietpartij. Tegen de politie zei Marie dat het haar speet dat Gentien niet dood was.Aan de hand van zijn brieven en haar dagboek werd de affaire in de rechtszaal gereconstrueerd. Tot jolijt van het publiek werden Marie en haar mankende minnaar op sensationele wijze tegenover elkaar opgevoerd. Opnieuw raakten de meningen verdeeld.”Het complexe schemergebied tussen waarheden en leugens dat zo onvermijdelijk bij hartstocht hoort, laat zich in de gerechtshoven zelden gemakkelijk vertalen in de harde zekerheden. Dat Marie schuldig was aan poging tot moord op Robert Gentien was voor iedereen duidelijk, zeker voor haarzelf.Of ze een ‘eerzame’ vrouw was - een deugdzaam, onschuldig meisje uit de provincie, ondanks haar podiumcarrière - of dat ze vanaf het begin uit was op het geld van of een huwelijk met Robert (...) of Roberts hele houding tegenover liefde en ouderschap volkomen laakbaar was of die van haar naïef en onrealistisch (...) - dergelijke vragen waren nooit gemakkelijk te beantwoorden, in welke tijd dan ook, en zeker niet in een historische periode waarin waarden duidelijk aan verandering onderhevig waren.”De zaak-Marie Bière doet je mijmeren over je eigen waarden. En over je verloren naïviteit, de stommiteiten die je uit kalverliefde beging, de zelfzucht van een vroegere vrijer of vrijster. Natuurlijk veroorzaakt die betrokkenheid enige vooringenomenheid. Robert Gentien was onmiskenbaar een klootzak. Maar was Marie - in tegenstelling tot jijzelf - nu toch niet een tikkeltje mesjogge?
Het proces van de eeuw
New York, 1906. Harry Kendall Thaw was een 34-jarige, biseksuele, druggebruikende miljonairszoon met een babyface en een lengte van 1,90 meter. Hij was gehuwd met het 21-jarige model/actrice Evelyn Nesbit, een kindvrouwtje dat bekend stond om haar vele gezichten - van braaf schoolmeisje tot sensuele zigeunerdochter.Op een hete zomeravond betrad hij het dakterras van Madison Square Garden met één doel: de 52-jarige steenrijke architect Stanford White doden. “Hij [...] had een eerste kogel door Whites linkeroog geschoten, een tweede door de mond en een derde door de linkerschouder. Volgens sommigen had hij een opgewekte blik in zijn ogen.” In zijn autobiografie schrijft Harry dat hij na de moord zijn vrouwtje kuste en sprak: “Het is allemaal in orde liefje, ik heb vermoedelijk je leven gered.” Maar was Harry’s daad wel een passiemisdaad?Als minderjarige werd Evelyn door Stanford White, die zich eerst als een vaderfiguur opwierp, verdoofd en verkracht. Daarna werd zij noodgedwongen zijn minnares. Toen ze Harry ontmoette had die geen beste reputatie. “In Londen had een piccolo een klacht ingediend nadat hij naar Thaws kamer was gelokt, was vastgebonden, in een badkuip was geplaatst, kokend water over zich heen had gekregen en met de zweep was geslagen tot hij bijna bewusteloos was.”Harry vroeg Evelyn algauw ten huwelijk, zij wees hem af. Na het zoveelste aanzoek biechtte ze op dat Stanford White haar haar maagdelijkheid ontnomen had. Harry koesterde reeds lang een wrok jegens White: de man stond bekend om zijn obscene gedrag terwijl Harry eerder heimelijk aan zijn sadomasochistische neigingen toegaf.”Voor Thaw was het verhaal van Evelyn de bevestiging van alles wat hij zich had ingebeeld over White en de wrede spilzucht van het ‘Beest’ dat hij zowel haatte als wilde zijn, de ‘verkrachter’ die ‘met trots verkondigde dat hij 378 meisjes had misbruikt’.”Nadat hij vernam wat White zijn geliefde had aangedaan, bracht hij haar naar het koude kasteel Schloss Katzenstein te Tirol, waar hij haar met een leren zweep bewerkte en verkrachtte. Daarna huwde zij hem genoeg alsnog. Qua bizarre logica paste dit duo duidelijk uitstekend bij elkaar.Het was pas jaren later dat Harry zijn gehate ‘Beest’ om het leven bracht. Na zes maanden kwam de zaak voor de rechter. “Wat zich (...) daarna ontvouwde, zou in kranten door het hele land worden aangeduid met ‘het proces van de eeuw’: het hele waardesysteem van de Verenigde Staten stond terecht. Opvattingen, zeden, hypocrisie werden openlijk en in brede kring bediscussieerd. Wat hield mannelijke en vrouwelijke deugd in? Wat konden rijken zich veroorloven? Wat was slecht en wat was gek?”Lisa Appignanesi noemt het proces van Harry K. Thaw een psychiatriecongres waar conventionele én experimentele zenuwartsen samen kwamen. Hun analyses verschilden. Ene dr. Evans beweerde dat Harry had geleden aan een plotse ‘hersenstorm’. ‘De hersenstorm van een miljonair’, luidde de krantenkoppen de volgende dag. Harry’s advocaten hielden een pleidooi voor ontoerekeningsvatbaarheid, de jury bleef vertwijfeld. Was deze man boosaardig of had hij de eer van zijn wederhelft gered?

Een zaak van liefde
doet je niet enkel beseffen dat geestesartsen de afgelopen twee eeuwen meer begrip opwekten voor de verstoorde gevoelens en gedachten waarvoor de wetgeving zo intolerant kan zijn. Het boek doet je tevens stilstaan bij de complexiteit van confrontaties in eigen tijdperk; over het risico dat nog steeds in zowel rigide oordelen als in het geven van een zoveelste kans schuilt.

Lisa Appignanesi, Een zaak van liefde, De Bezige Bij, 464 p., 34,99 euro verschijnt 4 augustus 2016. 
Dit artikel verscheen in De Morgen op 3 augustus 2016 (p. 20).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen