dinsdag 15 december 2015

TERRITORIUMDRIFT

“Dat is gewoon typisch vrouwen: altijd iets achterlaten om hun territorium af te bakenen”, verweert hij zich. Zijn vriendin heeft net uit de doeken gedaan hoe hij haar jaren geleden, toen ze nog maar net iets met elkaar hadden, een mandje vol oorbellen presenteerde en vroeg of daar misschien iets van haar tussen zat. "Charmant, hoor!", lacht ze en trekt een gespeeld geschokt gezicht. Iedereen aan ons tafeltje schatert. Hij neemt een slok bier en legt rustig uit dat hij er destijds nogal een wild vrijgezellenbestaan op na hield en de oorringen zich als trofeeën op zijn nachtkastje opstapelden. Met zo’n vent mee naar huis gaan is dus een beetje zoals ballen gooien bij de ‘altijd prijs’-kraam, bedenk ik. Op het einde mag je iets kiezen van de onderste plank - in het slechtste geval de afgebladderde plastic oorknopjes van een ander.

Maar het fenomeen op zich – opzettelijk iets achterlaten na een eerste nacht samen- is mij volstrekt onbekend. Ik ben nogal verknocht aan mijn juwelen en moet er niet aan denken om tijdens een dronken nacht niet alleen mijn waardigheid maar ook nog mijn nepdiamanten te verliezen. Zelfs tijdens lange relaties duurt het een hele poos voor ik spullen in het huis van mijn vriend achterlaat. Pas nadat ik het hem heb gevraagd én zeker van mijn zaak ben. Ik houd namelijk niet van de gedachte om ooit nog een doos bezittingen te moeten gaan oppikken bij iemand die ik nooit meer wil zien. Ik houd ook niet van het idee dat de man die ik nooit meer wil zien voor de spiegel poseert met mijn achtergelaten kanten slipjes en we zo toch nog op een intieme manier verbonden blijven. En waar ik vooral niet van houd:  té aanwezig zijn. Liever gemist worden dan iemand vervelen met een overdosis aandenkens.

 “Die oorbellen dienen als excuus om nog eens terug te komen”, legt zijn vriendin uit. In feite zou je je als man dus zorgen moeten maken over je prestaties als er de volgende morgen niks naast de wekker ligt te blinken. “En ze doen dat om de concurrentie te waarschuwen”, voegt hij er rustig aan toe. Een geestdriftige tafelgenoot valt hem knikkend bij: “Als een signaal naar een eventuele partner of rivales. Niet alleen oorbellen maar heler ladingen mascararollers en slipjes worden met dat doel achtergelaten.” Dat is dan ook net iets minder omslachtig dan met je nagels Kilroy was here in zijn rug te krassen, lach ik, terwijl ik me voorstel hoe al die vrouwen ’s morgens geoefend mascarahulzen op schoorsteenmantels schikken en sliploos huiswaarts keren.

“Het is het pure biologie”, gaat de tafelgenoot verder. “Mannen zijn geprogrammeerd om zo veel mogelijk vrouwen te bevruchten. Vrouwen zijn op zoek naar iemand die hen zal bevruchten én daarna goed voor het nageslacht zorgen. Zelden zijn zij uit op een onenightstand. Meestal hopen ze op meer.”  Eigenlijk maakt me dat een beetje triest: het idee dat heel wat vrouwen vrezen dat hun persoonlijkheid niet voldoende indruk maakt, dat ze niet genoeg de kans kregen om die te laten zien, of dat hun man-van-één-nacht zich er simpelweg niet in heeft verdiept en zij dus zijn aangewezen op de truc met de oorbellen. Misschien bestaan er wel vrouwen met een handtas vol goedkope creolen om te droppen bij potentiële wederhelften? Hun inzet in het casino van de liefde. Plots vraag ik mij af of mijn liefdesparcours er anders zou hebben uitgezien als ik in plaats van op mijn persoonlijkheid te rekenen, gewoon wat overbodige oorbellen op zak had gehad. Wie weet had ik dan beduidend minder eenzame jaren gekend.

(Verschenen in Psychologies Magazine, Vlaamse editie, november 2015)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten