zondag 22 november 2015

Interview met Sachli Golamalizad


“Het is een verademing om je masker af te leggen"

-Sachli Gholamalizad (33)



Ze was al te zien in de VTM-series Ella en Dag en Nacht. Kwam voorbij in de film De Helaasheid Der Dingen. Maar met haar hoofdrol in de misdaadreeks De Bunker, breekt de Belgische/Iraanse actrice Sachli Gholamalizad (33) door bij het grote publiek. Terwijl valt ze met haar theatervoorstelling A Reason To Talk volop in de prijzen. In beide producties geeft ze gestalte aan een immigrante.“Vlaanderen heeft het nodig om een allochtoon in een sterke vrouwenrol te zien.”
tekst: Fleur van Groningen  Foto’s: Marco Mertens

Het zijn drukke dagen voor Sachli Gholamalizad. Ze blikt het tweede seizoen van de VTM-misdaadreeks De Bunker in, tourt met haar theatervoorstelling A Reason To Talk en bespreekt ambitieuze toekomstplannen. Tussendoor vindt ze nog tijd voor een interview. Dat het fijn is om weer met de vertrouwde ploeg van De Bunker te werken, vertelt ze. Het is een geoliede machine. Al moet die soms erg snel draaien: één aflevering wordt op acht dagen ingeblikt. Andere series krijgen meer dagen. ‘Ik spurt naar het toilet, schrok mijn lunch binnen’, lacht Sachli. ‘Soms denk ik dat iets meer tijd om alles uit te diepen,  nóg meer kwaliteit zou opleveren.’

In ‘De Bunker’ geef je gestalte aan Farah Tehrani. Net als jij is ze Iraanse en op haar vijfde naar België gevlucht.
Sachli: ‘Oorspronkelijk was Farah een Marokkaanse, na mijn auditie werd de rol aangepast. Daarvoor putten de scenaristen inspiratie uit de gesprekken die we voerden.
Van binnen is Farah heel zacht, daarin herken ik mezelf. Ook in haar hardheid en beredeneerdheid. Al laat ik dat facet niet vlug zien. Ik ben close geworden met Farah en zou nog niet graag afscheid nemen.’

Jij hebt Farah vorm gegeven, vormt zij jou ook?
‘Ik put inspiratie uit haar ambitie: dat zij er schaamteloos voor durft te gaan. Dat pak ik mee in mijn eigen leven. Ik heb jaren gewacht om mijn theatervoorstelling aan publiek te tonen. Dat maakte me ongelukkig. Het blokkeerde mijn creativiteit, voedde mijn faalangst. Nu durf ik stappen te zetten. Dat ik Farah mag spelen, heeft daar toe bijgedragen. Zowal Farah als mijn personage in A Reason To Talk, hebben mij gesterkt.’

In A Reason To Talk interview je je moeder over de vlucht naar België en het leven als immigrant. Jullie relatie is getroebleerd: je pakt haar stevig aan, laat jezelf van je lelijkste kant zien.
‘Ik was bang om te laten zien hoe hard ik voor haar ben, hoeveel ik van haar verwacht dat mijn eigen verantwoordelijkheid is. Maar inhoud primeert op ijdelheid. Door mijn lelijkheid te tonen kon ik groeien als mens. Het was een verademing om mijn masker af te leggen. En het is belangrijk om taboes te doorbreken, emoties bespreekmaar te maken zodat ze niet zwijgend worden doorgegeven aan de volgende generatie. Verscheurdheid tussen familieleden, trauma’s, de ouderrol die je als kind moet opnemen, het gevoel nergens bij te horen, ‘te gast’ te zijn en de opgelegde dankbaarheid die daarbij komt kijken, al vroeg nadenken over identiteit en vrijheid… Mijn voorstelling is een klein, menselijk verhaal met universele thema’s. Na de voorstelling komt men zeggen dat het zo herkenbaar is. Dat wilde ik doen: verenigen in plaats van verdelen.’

Heb jij je ervaringen helemaal kunnen verwerken?
‘Ik denk niet dat je dat ooit kunt. De vluchtelingencrisis raakt mij hard. Tegelijk ben ik dankbaar, mijn ervaringen hebben me geïnspireerd. Lang durfde ik er niks mee te doen uit vrees voor de stempel  van immigrant. Maar ik wilde een relevant stuk maken over onze maatschappij. Ik word nog steeds boos en triest van onrechtvaardigheid, wil mensen wakker schudden. Wij hebben allemaal een verantwoordelijkheid tegenover elkaar. Hoe je in het leven staat, zo voed je elkaar op. Na de voorstelling zegt men vaak: ‘Jij bent niet typisch Iraans.’ Ik antwoord: ‘Jouw beeld klopt niet.’ Ik ben opgegroeid met die vooroordelen. Al waren er ook mensen zonder, zoals het gezin van mijn jeugdvriendin. Haar grootmoeder noem ik nog steeds moeke.’

Krijg je vaak te maken met racisme?
‘Vooral als ik met familie of vrienden op stap ben en mijn moedertaal spreek. Mensen behandelen je anders. Ik heb geleerd niet gefrustreerd te reageren. Reizen hielp. Mensen uit andere culturen ontmoeten, de wijde wereld intrekken, beseffen dat racisme een teken van kleinburgerlijkheid is. Ik wens racisten toe dat ze ooit de schoonheid van diversiteit gaan inzien. Natuurlijk heb ik nog frustraties. Maar minder. Mede dankzij erkenning te krijgen als actrice: daardoor voel ik me minder alleen.’

Zowel in De Bunker als in A Reason To Talk speel je een allochtone vrouw. Vrees je niet om getypecast te worden?
‘In het verleden kreeg ik minder interessante rollen aangeboden dan autochtone actrices. Soms vroeg ik een bevriend regisseur of hij een rol had. ‘Ik heb geen exotische schone nodig’, klonk het. Het is niet erg om Perzische prinses genoemd te worden maar wel jammer als je alleen dat ziet. Ik ben zo veel meer. Lang dacht ik dat ik niet goed genoeg was omdat ik niet binnen een kader pas. Nu besef ik: ik ben een noodzakelijke aanvulling. Vlaanderen heeft het nodig om een allochtoon in een sterke vrouwenrol te zien. Daarnaast wil ik even graag andere rollen spelen. Echte mensen, geen karikaturen.’

Hoe reageert je familie op je voorstelling ?
‘Het heeft ons dicht bij elkaar gebracht. Mijn vader en broers zijn heel trots. Mijn moeder ook: ze weet dat de voorstelling mede dankzij haar succes heeft. Hoe onze relatie nu is? Wij aanvaarden dat we elkaar niet altijd begrijpen en zien elkaar doodgraag.’

Jij die je lang nergens thuis hebt gevoeld, kom jij thuis in de liefde?
‘Helemaal. Bart en ik zijn negen jaar samen. Hij is van Nederlandse origine maar voelt zich evengoed Belg. Onze liefde heeft mij rustiger gemaakt, meer zelfvertrouwen gegeven. Daardoor kan ik mezelf ontdekken en evolueren. Bart steunt mij, is mijn allerbeste vriend en begrijpt me volledig: nooit gedacht dat ik dat zou meemaken! Men zegt dat je eerst van jezelf moet leren houden voor je een ander graag kunt zien. Maar ik leer door hem van mezelf houden. We laten elkaar vrij, zien elkaar soms minder omdat we met ons eigen project bezig zijn. Er is veel respect, we zijn evenwaardig,  de klassieke man-/vrouwrol bestaat bij ons niet. Soms confronteren we elkaar met onze kleine kantjes, maar steeds in liefde en vertrouwen.’

Verkies je Iraanse vrienden die hetzelfde hebben meegemaakt?
‘Ik zoek dat niet expres op maar het is ook fijn: je begrijpt elkaar op sommige vlakken beter. Bart en ik hebben vrienden in België, Teheran, Parijs, L.A., Mexico…  Ik voel me een wereldburger, kan niet op één plek blijven. Bart heeft een universele blik op de wereld, kijkt niet vanuit opgelegde waarden. Dat heeft mijn schaamte over ‘anders zijn’ weggenomen. Dat soort mensen heb ik nodig.’

Reis je nog vaak naar Iran?
‘Ja. Ik heb een band met het land, heb er vrienden en familie.’

Iran is het mekka van de plastische chirurgie. Hoe belangrijk is jouw uiterlijk voor je?
‘Ik word ouder en dan verlies je een zekere schoonheid. Hoewel je ook mooier wordt omdat je beter in je vel zit en dat uitstraalt. Dat schoonheid gekoppeld wordt aan vrouwelijkheid en normen, daar verzet ik me tegen. Ik hoor soms dat ik mijn neus moet laten opereren, maar het perfecte poppetje is saai. Zelfaanvaarding is mooier.
Ja, ik volg een dieet. Maar zo noem ik het niet: ik probeer gezond en gebalanceerd te eten omdat ik intoleranties heb. Soms moeilijk maar ik geniet ervan. Bewust met je lijf omgaan, is ook een vorm van jezelf graag zien. Je bent wat je eet. En soms is het heel leuk om een varken te zijn! (lacht)

Hoe ziet je toekomst eruit nu je voor je ambitie durft te gaan?
‘Ik zal de komende vijf jaar deel uitmaken van het theatergezelschap van De Koninklijke Vlaamse Schouwburg, de KVS. Ik mag een voorstelling maken en zal meespelen in hun producties. We willen internationaal touren met mijn huidige en volgende voorstelling. Binnenkort beginnen we aan de Franstalige versie van A Reason To Talk. En sinds ik de prestigieuze Fringe First Award won op het grootste theaterfestival ter wereld, het Fringe Festival in Edinburgh, regelt een Engelse producer tourdata in Londen, Toronto en San Fransisco. Daarnaast wil ik focussen op internationale filmrollen. Ik heb een auditie achter de rug en een aantal voor de boeg. Kleinere rollen in grote films. Ik spreek zo veel talen, dat wil ik gebruiken. Voor voorstellingen die volledig mijn ding zijn en om samen te werken met getalenteerde mensen waarvan ik bijleer. Die combinatie is goud waard.’
(Verschenen in Het Nieuwsblad Magazine 21/11/2015)





Geen opmerkingen:

Een reactie posten