zondag 22 november 2015

HET GROTE PLAN

Mijn uitgeverij en ik hoopten dat mijn boek door een bekende Nederlandse talkshow zou worden opgepikt. Daarom moest ik naar een evenement waar de presentator zijn recentste worp zou signeren en mezelf bij hem eventjes vlot promoten. Best griezelig. Recht op iemand afstappen omdat jij iets van hem nodig hebt. Terwijl je juist onzeker bent. Maar als het lukt, ben je jezelf eeuwig dankbaar. En als het niks wordt, heb je het tenminste geprobeerd.

Ik trok pumps aan en een mooie rode jurk, en bedacht een plan. Terwijl die o zo beroemde presentator daar zou zitten signeren, zou ik zo’n driemaal terloops voorbij lopen en zijn nieuwsgierigheid wekken. Dat had ik nog nooit gedaan. Maar in films raken mannen vaak geïntrigeerd door de wapperende lokken van hoofdrolspeelsters. Misschien moest ik ook wat wapperen. Een handventilator in mijn tas verstoppen voor een extra dramatisch effect. En dan recht op zijn tafeltje afstevenen en me naar hem toe buigen (zonder decolleté, je wil toch au sérieux genomen worden) om hem te verbluffen met mijn zorgvuldig overdachte, doch verfrissend spontaan klinkende openingszin. Diep onder de indruk zou hij me onmiddellijk uitnodigen voor zijn show. Ik moest alleen nog even die zin uitdokteren, bedacht ik, terwijl ik rode lipstick aanbracht met een hand die bibberde van nervositeit.  Mijn vriend zag het. Hij noemde me moedig en bood aan om me een lift te geven. Zowat de hele rit staarde ik hem aan als een dankbare puppy. Ik herinner me nog al te goed hoe ik vroeger alleen naar enge afspraken met belangrijke figuren reed en halverwege mijn maag in een gebalde vuist voelde veranderen. Nu ging ik me opdringen aan een beroemdheid maar voelde me gedragen.

Een halfuur voor het einde van zijn signeersessie, loop ik naar het tafeltje van de presentator. Precies op tijd voor het grote plan. Hopelijk zal het de andere aanwezigen niet opvallen dat ik telkens net buiten zijn gezichtsveld blijf wachten en iets later weer quasi nonchalant doch uiterst elegant de andere richting op flaneer. Ik wil er net aan beginnen als de presentator opstaat en wegloopt. ‘Hij stopt al met signeren’, zegt iemand. ‘Maar ik ben speciaal voor hem gekomen’, antwoord ik. ‘Dan moet je er achteraan!’  En dus hol ik de beroemde presentator achterna, verre van flatteus op mijn naaldhakken en met die strakke jurk die mijn knieën bijeen houdt. Als ik voor hem sta en bijna omval, kijkt hij me vragend aan. Ik kom niet uit mijn woorden. Mijn openingszin is ongeschikt. ‘Misschien moet je even je naam zeggen’, helpt hij. Zijn houding verraadt dat hij zo snel mogelijk weg wil, ik voel me extra opdringerig. Maar mijn uitgeverij rekent op me. En dus begin ik te stamelen. Zeg dingen die ik net niét moet zeggen, besef dat, en prevel er van de weeromstuit nog een paar. Uiteindelijk knijpt hij medelevend in mijn arm en antwoordt: ‘Leuk idee, misschien tot in Amsterdam.’ Ik voel niet dat hij het meent.

Onderweg naar huis leg ik mijn vriend uit dat ik een rode jurk heb aangetrokken om mezelf gedurende vijf minuten volstrekt belachelijk te maken. Hij sust dat ik het vast goed heb gedaan. Ik weet wel beter en lach. Het is fijn om trots op jezelf te kunnen zijn. Maar het is minstens zo fijn om jezelf je mislukkingen te vergeven.

(Verschenen in Het Nieuwsblad Magazine, 21/11/2015)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten