zaterdag 10 oktober 2015

DE RING

Misschien is het logisch dat je, als je als klein kind in een onveilige situatie opgroeit, daarna alsnog een veilige omgeving voor jezelf tracht te scheppen. Met vertrouwde spullen die je meesleept opdat  je omgeving niet volledig kan veranderen. Met waarden en regels om op terug te vallen, wat er ook gebeurt. Misschien klamp je je zelfs vast aan het gedachtegoed van je familie om toch het gevoel te krijgen dat je ergens bij hoort.
Ik deed het allemaal.
Ik wilde overleven.
Mijn grootste angst was om nooit de rust van een veilig nest te kennen.
Naast factoren die tot zo’n nest konden bijdragen, zocht ik naar mensen die me geborgenheid zouden bieden. Maar die felbegeerde rust bleef uit. Toen een lange relatie me begin dit jaar op het punt bracht dat ik moest kiezen tussen ongelukkig of onveilig zijn, keek ik mijn angst dan toch in de ogen. Ik koos onveiligheid.

Diezelfde nacht droomde ik dat ik de keuken van mijn appartement binnenliep en alle glazen waren gesneuveld. De elegante wijnglazen. De kristallen cognacglazen die al generaties in de familie waren. Zelfs de meest robuuste theeglazen.  Telkens als ik een kastdeur opentrok, regende het scherven. Pas toen ik begreep dat er geen enkel gaaf glas meer over was, schoot ik wakker. Volgens mijn moeder had ik over mijn gesneuvelde illusies gedroomd. Die betroffen niet enkel de liefde, wist ik. Het was alsof ik mijn zelfgeconstrueerde veilige wereldje zag instorten. Na die droom moest ik van heel wat afscheid nemen. Geliefde voorwerpen gingen stuk. Een laptop vol foto’s, teksten en tekeningen, crashte. Mensen verdwenen uit mijn leven. Toekomstverwachtingen verdampten. Ook mijn waardeoordeel moest eraan geloven: wat ik eerder als goed en slecht had bestempeld bleek niet zo zwart-wit. Op een nacht werd ik wakker zonder me te kunnen bewegen. In mijn paniek dacht ik oprecht dat ik dood ging en uiteindelijk verzoende ik me daarmee. De volgende morgen ontwaakte ik in een functionerend lichaam maar iets was veranderd. Die nacht had ik de gedachte opgegeven dat er mij niks mocht overkomen. Eindelijk ervoer ik rust.

Toen ik enkele maanden na die droom mijn huidige vriend leerde kennen, plukte hij me uit mijn vertrouwde omgeving en nam me mee naar een ander land, andere huizen, andere gewoontes.
Ik weet niet of het daardoor kwam, door hem, mezelf of de combinatie, maar ik begon steeds vaker diepe acceptatie te ervaren. Was mijn ziel een luchtballon, dan waren mijn vastgeroeste overtuigingen de zandzakken:  terwijl ik die één voor één loslaat, wordt het perspectief alsmaar weidser.
Vandaag keek ik naar de zegelring met het wapen van mijn familie, die ik sinds mijn achttiende draag. Een ring die me het gevoel gaf ergens bij te horen, bij bloedverwanten met hetzelfde gedachtegoed. Maar ik ben veranderd. Bedachtzaam schuif ik de ring van mijn vinger. Niet veel later komt mijn moeder op bezoek en neemt de ring terug over. In ruil biedt ze me een schitterend barok exemplaar aan dat ze ooit cadeau kreeg maar nooit droeg. Die ring zou geen identiteit symboliseren, spreekt ze. Enkel de liefde tussen ons, die altijd overeind blijft, hoezeer het leven ons ook verandert.

(Verschenen in Het Nieuwsblad Magazine 10/10/2015)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen