zaterdag 17 oktober 2015

DANSEN MET WOLKEN

In de ogen van de mannen aan de lange tafel tegenover me, ben ik een beloftevolle vrouw. Ik zit alleen te eten, de stoel tegenover me blijft leeg. Soms zoeken ze om beurten oogcontact, soms tegelijk. Misschien vragen ze zich af hoe het zal uitdraaien als zij bij me aanschuiven, met een pittige kwinkslag en een goed glas wijn. Gelukkig weerhoudt hun vergadering hen van drieste acties.
In de ogen van de dames aan het tafeltje links, ben ik een verdachte vrouw. Vanachter hun Chardonnay lijken ze te willen ontdekken waarom ik in mijn eentje lunch in een hotel. Misschien kom ik een kerel oppikken. Misschien ben ik de eenzaamheid in persoon. Misschien geniet ik met volle teugen van mijn eigen gezelschap. In dat laatste geval ben ik allicht het minst sympathiek.
ça va, madame?’, vraagt de ober. Ik knik maar hij is al verdwenen.
Mijn slaatje smaakt naar karton. Ik eet omdat ik honger heb en wil gauw vertrekken. Op een uur rijden van het hotel, eerst door de stad, dan langs dorpjes en kronkelige veldweggetjes, ligt de filmset. Daar is mijn vriend aan het werk als geluidsman. Inmiddels heeft hij bijna honderd films op zijn palmares. Toen we elkaar leerden kennen had hij een pauze ingelast om aan zijn volgende roman te schrijven. Nu staat hij weer op een buitenlandse set. Het is voor het eerst dat ik hem daar bezoek.

De filmploeg heeft zich op een verlaten camping opgesteld. Mijn vriend legt uit waar ik kan parkeren zonder door het beeld te rijden. Daarna mag ik plaatsnemen bij zijn geluidswagen, krijg een koptelefoon en kan op het schermpje volgen wat de cameraman vastlegt. Tussen het filmen door komt de crew zich voorstellen. De Spaanse hoofdrolspeelster verheugt zich in het Engels over mijn laarzen, haar accent prikkelt mijn fantasie. Net als de rest van de  ploeg: verschillende mensen die gefocust op een gemeenschappelijk doel en in een strikte hiërarchie maandenlang samenwerken, terwijl het kan klikken, botsen of té goed klikken.

Aan het koffietafeltje spreekt de hoofdrolspeler me aan. Een Vlaamse acteur die van opleiding danser is maar die ik ken van zijn neerslachtige personages. Ook deze keer speelt hij een depressieve man. In het echte leven is hij juist een geboren optimist, zegt hij. ‘Misschien kan je het daarom aan om dat te spelen?’, vraag ik. Hij knikt. Want zo’n rol kruipt onder je huid. Hij vertelt dat zijn vader stuntpiloot was, een luchtcowboy die zijn vrienden één voor één zag neerstorten en zijn kinderen meegaf om nù te leven, in het moment. Nadat hij zijn vader zelf had zien neerstorten, benadrukte dat voor hem die levenslens en bleef hij positief. Ook hij leerde vliegen en hoog in de lucht het leven relativeren. ‘Een kennis schepte op dat hij voor duizenden euro’s aan brokaatkarpers in zijn vijver had. De volgende dag vloog ik boven zijn tuin: die vijver was zo groot als een speldenkopje.’ We grinniken. Dan beschrijft hij hoe hij vaak dwars door indrukwekkende wolkenpartijen vliegt die iets later al weer verdwenen zijn. Woorden die hij illustreert met vloeiende armbewegingen, alsof hij met de wolken danst. Ontroerd voel ik weer hoe onbelangrijk het is: wat mensen over ons denken, wat we denken dat ze over ons denken.

(Verschenen in Het Nieuwsblad Magazine 17/10/2015)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen