zaterdag 15 november 2014

BANG VOOR DE TOEKOMST

Laatst had ik ongelooflijk goed nieuws gekregen en fietste door de stad met een grote glimlach. Ik ging zelfs zo op in blije gedachten dat ik niet oplette en een beetje verdwaalde.  Op een kruispunt moest ik plots remmen  en toen ik opkeek, stond ik voor een bar- restaurant waar ik zo’n vijf jaar geleden was geweest. Ik stond zelfs op exact dezelfde plaats als toen: nu in de milde herfstzon, destijds om klokslag middernacht. Ik herinnerde me nog goed hoe ik er Nieuwjaar had gevierd, met een paar vrienden en hun vriendengroep, die ik nauwelijks kende en waarbij ik me niet op mijn gemak voelde. Ik zat aan het hoofd van een lange tafel vol uitbundige mensen, keek toe hoe zij plezier maakten, was beschaamd omdat dat mij niet lukte. Ik had een gebroken hart, de verplichte smalltalk draaide niet op boeiendere onderwerpen uit en ik was de enige die niet dronk omdat ik nog moest rijden. Er werd met andermans brillen, hoeden, kettingen en corsages geposeerd en ik deed mee, lachte naar de verblindende flits en  zocht nadien ook naar het kiekje dat het meeste lol bewees.  Vlak voor twaalven werden we op straat verwacht, waar vuurwerk het nieuwe jaar zou inluiden. Tegen de achtergrond van luid knallende voetzoekers voelde ik me volstrekt wanhopig worden over de toekomst. Het zou nooit goed komen: mijn laatste relatie had me gekraakt, ik paste niet tussen de mensen, niet in deze wereld. Een dronken vrouw begon me haar levensverhaal te vertellen. In de hoop op werkelijk contact, luisterde ik – tussen de knallen door- naar haar lange lijst van problemen. Maar telkens ik iets probeerde terug te zeggen, praatte ze er overheen. Ze keek me zelfs niet aan. Ik had eender wie kunnen zijn. Midden in één van haar dramatische zinnen liep ze zomaar weg, om zich aan een man te gaan voorstellen.

In de bar werd de draaitafel in gebruik genomen. Concurrerend met de laatste voetzoekers, schalden de eerste beats door de deuropening naar buiten. Mijn danslustige vrienden trokken me naar binnen. Een mij onbekende man staarde gulzig naar mijn decolleté, als een origamiverslaafde die net een nieuw, kleurig papiertje heeft ontdekt en wiens vingers jeuken om er mee aan de slag te gaan. Een tijdlang bleef ik naar de dansende mensen kijken, probeerde zelf een dansje, voelde me miserabel. Uiteindelijk vluchtte ik op de tonen van Mambo No  5 langs de fluwelen gordijnen aan de voordeur, de koude nacht in. Mijn hakken tikten op de stoep vol rood vuurwerkafval, mijn sleutelbos rinkelde in mijn hand. Ik reed nog naar een ander feest van vrienden, in de hoop de avond alsnog op een  vrolijke noot te eindigen. Maar ik voelde me er niet anders. Al was Pieter Embrechts er, die om de één of andere reden vrolijk aan mijn elleboog likte. Ik was hem dankbaar voor dat sprankje hoop: met mij kwam het niet meer goed,  met mijn rechterarm misschien nog wel. Niet veel later reed naar mijn huisje in het bos. Het begon licht te worden. De  nacht ruimde plaats voor de dag, voor het nieuwe jaar. In mijn straat pikten vette bosduiven naar platgereden eikels, zich niet bewust van die verandering. Ik kroop in mijn bed en huilde.

Wat was ik toen bang voor de toekomst. Maar nu was die toekomst heden geworden.  Met mijn fiets in de hand keek ik naar de gesloten bar en besefte dat geen van mijn angsten waren uitgekomen. In tegendeel. Een aantal van mijn diepste hartenwensen waren al vervuld en ik voelde me geestelijk sterker dan ooit. Dus besloot ik om voortaan, als ik ergens nog eens erg ongelukkig was, te bedenken dat ik daar over pakweg vijf jaar misschien wel stralend gelukkig voorbij fiets. Letterlijk of figuurlijk. Het leven zit vol verrassende wendingen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen